De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) heeft de flexibilisering van de arbeidsmarkt nauwelijks teruggedrongen. Dat blijkt uit een evaluatie van de wet, waarover PW. bericht.

De WAB, die op 1 januari 2020 in werking trad, was bedoeld om vaste contracten aantrekkelijker te maken en flexwerk te beperken. In de praktijk zijn de verschillen in kosten en risico’s tussen vast en flex echter beperkt gebleven, waardoor werkgevers in de praktijk geen wezenlijk andere keuzes lijken te maken.

Beperkt effect op oproepkrachten
De wet introduceerde onder meer nieuwe regels voor oproepkrachten, zoals een oproeptermijn van vier dagen en het recht op een contract met vaste uren na een jaar. Volgens de evaluatie worden deze regels in de praktijk niet altijd nageleefd en is de bekendheid onder oproepkrachten beperkt.

Hoewel meer oproepkrachten zijn doorgestroomd naar een vast contract, is onduidelijk of dit het gevolg is van de wet of van de krappe arbeidsmarkt. Werkgevers blijven oproepkrachten vooral inzetten om schommelingen in de vraag op te vangen.

Minder payroll, meer andere flexconstructies
Voor payrollwerknemers heeft de WAB wel effect gehad. Zij hebben recht gekregen op dezelfde arbeidsvoorwaarden en pensioenregeling als werknemers in dienst. Het gebruik van payroll is daardoor afgenomen. Ongeveer 20 procent van de werkgevers heeft payrollmedewerkers in vaste dienst genomen. Tegelijkertijd is 14 procent overgestapt op andere flexibele constructies, zoals uitzendwerk of zzp.

Ontslagrecht nauwelijks veranderd
Met de invoering van de cumulatiegrond (i-grond) werd beoogd het ontslagrecht soepeler te maken. Volgens de evaluatie is dat niet gelukt. Ontslag is voor werkgevers niet eenvoudiger of minder risicovol geworden. De cumulatiegrond speelt in de praktijk bovendien een beperkte rol bij de keuze om al dan niet een vast contract aan te bieden.

Meer transitievergoedingen
Een duidelijke verandering is dat werknemers sinds de WAB vanaf de eerste werkdag recht hebben op een transitievergoeding. Daardoor zijn er meer vergoedingen uitgekeerd, vooral aan flexwerkers, jongeren en werknemers met een lager inkomen.

De maatregel heeft er volgens werkgevers echter niet toe geleid dat vaker of sneller vaste contracten worden aangeboden. Die beslissing hangt vooral af van prestaties, de match met het bedrijf en risico’s zoals loondoorbetaling bij ziekte.

Kabinet wil beter informeren
Minister Vijlbrief wil naar aanleiding van de evaluatie meer inzetten op communicatie over bestaande regels, met name richting sectoren met veel flexwerk en kleinere werkgevers. Volgens hem zijn HR-professionals vaak beter op de hoogte van de WAB dan managers die beslissingen nemen over contracten. Ook zijn werknemers niet altijd goed in staat om hun rechten op te eisen. De evaluatie laat zien dat de WAB op onderdelen effect heeft gehad, maar de structurele balans tussen vast en flex werk nauwelijks is veranderd.

bron: FleXmarkt